Nieuws
Mobiliteitsbudget vanaf 1 maart 2019
Op 16 januari 2019 keurde de kamercommissie Financiën het wetsontwerp tot invoering van het mobiliteitsbudget goed.
 
Daarmee zit dit wetsontwerp in de laatste rechte lijn naar de finish.
De nog te nemen horden zijn de bespreking (en goedkeuring) in de commissie Sociale Zaken; en uiteraard ook de plenaire stemming in de Kamer.

Als alles naar wens verloopt, zullen werknemers vanaf 1 maart 2019 via het mobiliteitsbudget kunnen kiezen voor een combinatie van vervoermiddelen die hen het vlotst en op de meest milieuvriendelijke manier op het werk krijgt.

 
Krachtlijnen
Werknemers die al voldoende lang beschikken over (of recht hebben op) een bedrijfswagen, zullen deze binnenkort kunnen omzetten naar een mobiliteitsbudget.
 
De reële jaarlijkse werkgeverskost van de bedrijfswagen die men opgeeft of waarvoor men in aanmerking komt (de zogenaamde total cost of ownership, of TCO), bepaalt de grootte van het mobiliteitsbudget.
 
De invoering van een mobiliteitsbudget gaat uit van een dubbele keuzevrijheid.  
De werkgever beslist of hij een mobiliteitsbudget aanbiedt en welke werknemers daarvoor in aanmerking komen.
De werknemer beslist om al dan niet op dit aanbod in te gaan.
 
Werknemers kunnen hun budget besteden in drie pijlers met elk een eigen sociale en fiscale behandeling:
  • 1e pijler = een bedrijfswagen die minstens even milieuvriendelijk is als de wagen die men opgeeft / waarvoor men in aanmerking kwam. De wagen moet bijkomend aan welbepaalde minimumnormen beantwoorden.
    Zo bedraagt de maximale CO2-uitstoot 95 gr/km.
    Er werd een amendement ingediend om deze strikte norm pas vanaf 2021 te laten ingaan. 
    Voor wie instapt in 2019 en 2020 zullen mogelijk iets minder strikte normen gelden (respectievelijk een maximumuitstoot van 105 gr/km en 100 gr/km).

    Deze wagen ondergaat de gewone sociale en fiscale behandeling van een bedrijfswagen.
 
  • 2e pijler = duurzame vervoermiddelen en -diensten (openbaar vervoer, fiets(vergoeding), carpooling, deelsystemen voor auto's en fietsen, …).

    Het bedrag dat men hier spendeert, is volledig vrijgesteld van sociale zekerheid en belastingen.
 
  • 3e pijler = restsaldo in cash
    Het deel van het budget dat niet gespendeerd werd in pijlers 1 en/of 2, ontvangt de werknemer op het einde van het kalenderjaar in cash. Dit saldo is vrijgesteld van belastingen, maar onderworpen aan een specifieke socialezekerheidsbijdrage van 38,07% ten laste van de werknemer.

    De werknemer zal hiermee bijkomende socialezekerheidsrechten kunnen opbouwen.
 
Vanaf wanneer?
Het mobiliteitsbudget was voorzien om op 1 januari 2019 in werking te treden. De ingangsdatum wordt echter verschoven naar 1 maart 2019.
 
Gevolgen voor de werkgever
Vanaf 1 maart 2019 beschikt de werkgever over 2 volwaardige initiatieven voor de bedrijfswagen: het mobiliteitsbudget en de aangepaste versie van de mobiliteitsvergoeding of cash for car.