Nieuws

De regering keurde op 2 april in de ministerraad een loonnorm voor de periode 2019 - 2020 goed. Zoals verwacht, komt er een maximale gemiddelde loonkoststijging van 1,1%, bovenop indexeringen en baremieke verhogingen.

De sociale partners kwamen ook overeen om bijna alle engagementen die ze eerder in hun ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) waren aangegaan, uit te voeren. Hoewel het ABVV het akkoord heeft verworpen, zullen op die manier bijvoorbeeld de afspraken rond SWT toch formeel in CAO's gegoten worden. Enkel de verhoging van het minimumloon (GGMMI) komt er voorlopig niet.

 
Loonnorm 1,1%
 
De loonnorm of loonmarge bepaalt hoeveel de gemiddelde loonkost per werknemer gedurende twee jaar maximaal mag stijgen. Normaal leggen de sociale partners de norm vast. Wanneer ze daar niet in slagen, bepaalt de wet dat de regering de marge vastlegt. Gisteren keurde de ministerraad het ontwerp van koninklijk besluit daartoe goed.
 
De maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren 2019 en 2020 bedraagt 1,1%. Indexeringen en baremieke verhogingen zijn steeds gegarandeerd. Zij worden niet in de marge meegerekend.
 
Gevolgen voor de werkgever: wat betekent de loonnorm concreet?
 
De loonnorm is in de eerste plaats een 'macro-norm'. Ze moet er voor zorgen dat de concurrentiekracht en de tewerkstelling in België op peil blijven. Toch is er ook impact voor individuele werkgevers en werknemers:
 
  • de werkgever moet de gemiddelde loonnorm respecteren. Hij moet de maximale stijging, gemiddeld over 2019 en 2020, over al zijn werknemers heen naleven. Doet hij dat niet, dan stelt hij zich juridisch bloot aan het risico van een administratieve geldboete van maximaal 5.000 euro per werknemer, met een maximum van 100 werknemers. 
  • de werkgever kan (en moet) de bestaande mechanismen van indexering en 'baremieke loonsverhogingen' verder toepassen.  Administratieve interpretaties vullen de notie 'barema' ruim in;
  • vooraleer extra loonsverhogingen toe te kennen, wacht de werkgever best de sectorale afspraken af. Sectoren gaan binnenkort aan de slag om de invulling van de maximale marge van 1,1% te concretiseren. Een sector hoeft de volledige marge niet te benutten, aangezien het gaat om een maximum;  
  • wanneer de sector de volledige marge van 1,1% niet benut, is er nog ruimte op bedrijfsniveau. Hier geldt dezelfde opmerking: de marge hoeft niet (volledig) benut te worden;
  • de manier waarop de eventuele loonsverhoging vorm krijgt, wordt vrij door de sector of de werkgever bepaald: een verhoging van het brutoloon, een nieuw of hoger ander loonvoordeel, een jaarpremie, een storting in het aanvullend pensioenplan, één of meerdere extra verlofdagen, …
  • bepaalde loonelementen vallen buiten de loonnorm. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen (de zogenaamde CAO 90-bonus) en de winstpremie.
 
Het IPA is dood, leve het bijna-IPA
 
De achterban van het ABVV heeft het ontwerp van IPA afgekeurd. Formeel is er dus geen sprake van een IPA 2019 - 2020. Toch beslisten de sociale partners om bijna alle ontwerpen van CAO's en adviezen in het ontwerp van IPA al te 'paraferen'. Enkel de loonnorm (die dus in een koninklijk besluit komt) en de verhoging van het sectoraal minimumloon vallen er buiten.
 
'Paraferen' betekent dat ze de gemaakte engagementen, onder voorbehoud, zullen naleven. Het voorbehoud linken ze aan de publicatie in het Staatsblad van het koninklijk besluit met de loonnorm van 1,1%. Zodra dat gebeurt, zullen de documenten ook formeel bevestigd en ondertekend worden.
 
De afspraken rond de vergoeding van woon-werkverkeer, SWT, landingsbanen, verhoging van vrijwillige overuren en verlengingen van bepaalde maatregelen (bijvoorbeeld de innovatiepremie) komen dus quasi zeker in de regelgeving. 
 
Over de eventuele verhoging van het intersectoraal minimumloon (CAO nr. 43) zullen de sociale partners verder onderhandelen.